Aanvankelijk bouwden ze vijftien frames per dag, daarna twintig, en vervolgens nog meer. Elke framebuis van hoogwaardig Reynolds-, Columbus- en Ishiwata-staal werd met de hand gezaagd, gevijld en met zilver gesoldeerd door vakmensen die wisten wat kwaliteit betekende. Bevil leidde de onderneming in Waterloo, en wat ze deden was uniek in Amerika.
In de zomer stonden de deuren van de schuur vaak open. Op de mooiste dagen stelde iemand voor om te gaan zwemmen. Dan stapten ze allemaal in de auto en reden naar het stadje Lake Mills, zo'n 16 kilometer ten zuiden van Trek. Daar lag Rock Lake, dat een mooi strand had met een nabijgelegen bar.
De frames die ze maakten, straalden vakmanschap en schoonheid uit. Maar als bedrijf waren ze niet opgewassen tegen de taak. Dick had productienormen voor de werkplaats vastgesteld, maar het team in Waterloo voldeed daar in het begin bij lange na niet aan.
Ze wisten wat vakmanschap was. Maar wat ze nodig hadden, was efficiëntie. Daarom ging Bevil naar Japan, waar de grote framebouwers van Osaka en Tokio hun processen al generaties lang hadden geperfectioneerd. Wat hij zag waren fabrieken die in een strak ritme en met gestroomlijnde werkprocessen werkten, waarbij het vakmanschap werd ondersteund door orde. Dat bezoek was het begin van schaalbare productie.
Hoe Trek vanuit een schuur uitgroeide tot een wereldwijd bedrijf
Later ging de uitwisseling twee kanten op. Leveranciers uit Japan bezochten de schuur in Waterloo om te zien wat die kleine Amerikaanse fietsenbouwer aan het doen was. Mike Appel, een van eerste medewerkers van Trek, herinnert zich nog hoe hun ogen wijd open gingen toen ze binnenkwamen. Een framelasser lag achterover in een ligstoel, met een brander in zijn hand. De vlam siste op slechts enkele centimeters van zijn gezicht, terwijl hij van onderaf een frameverbinding met zilver soldeerde. De bezoekers hapten naar adem. Dus dit was Amerikaans vakmanschap.
Het waren serieuze mensen," zei Bevil later lachend, terwijl hij terugdacht aan de vervallen schuur en het aftandse café waar hij hen tijdens hun bezoek naartoe had gebracht. "Maar hun bereidheid om ons te begrijpen, te helpen en ons te begeleiden, heeft ervoor gezorgd dat Trek echt van de grond kwam."
Het werk verliep steeds soepeler. De fietsen werden mooier. En langzamerhand begonnen dealers interesse te tonen.
In het begin verkocht Trek voornamelijk aan lokale winkels op rijafstand van Waterloo. "Als je bij een dealer binnenliep en zei: 'Deze fiets is gemaakt van double-butted Reynolds 531 buizen en handgesoldeerd met zilver, dan was het alsof er een buitenaards wezen in Beloit, Wisconsin was geland", zou Bevil later zeggen.
De eerste echte zakelijke klant was Elmer Sorenson van Penn Cycle in Minneapolis. Bevil verkocht hem een frame vanuit de kofferbak van zijn auto, en uit die transactie groeide een langdurige samenwerking tussen framebouwer en winkelier. Sorenson werd een van eerste Trek-ambassadeurs en verkocht zijn fietsen aan rijders die voor het eerst een betaalbaar Amerikaans frame konden kopen dat kon wedijveren met alles wat uit Europa kwam.
Het nieuws verspreidde zich van winkel naar winkel, en binnen een paar jaar begonnen dealers in het hele midden-westen van de V.S. orders te plaatsen. Trek was nog steeds klein genoeg om elke verkoop persoonlijk te laten aanvoelen, maar de vaart kwam er behoorlijk in.
Ze waren niet langer een handjevol ‘gekke cowboys’ die fietsen bouwden in een tochtige schuur. Ze waren nog steeds wild van geest, maar het bedrijf begon op een serieuze onderneming te lijken.
Eind 1979 bedroeg de jaaromzet twee miljoen dollar. De schuur die ooit onvoorstelbaar groot leek, barstte nu uit zijn voegen. De dealers wilden meer frames dan ze in die loods kon produceren. De oplossing was duidelijk: ze hadden een fabriek nodig die geschikt was voor de toekomst.
In 1980 kocht Trek een stuk grond vlakbij de schuur. Het was een maïsveld van een lokale boer. De aankoopprijs was slechts 10.000 dollar, maar er was één voorwaarde aan verbonden: de bouw mocht pas beginnen nadat de oogst was binnengehaald. Het zou zonde zijn om een goede oogst te verspillen, moet de boer gedacht hebben.
Het was een klein, menselijk detail dat destijds misschien onbelangrijk leek. Maar bijna vijftig jaar later is dat detail nog steeds relevant, omdat het iets zegt over de groei van het bedrijf. Trek ging vooruit, maar bleef geworteld in het ritme van zijn thuisbasis.
Toen het stuk grond bouwrijp was en de eerste schop de grond in ging, overschreed het bedrijf een onzichtbare grens. De schuur was het hart geweest; het nieuwe gebouw werd het lichaam.
Begin jaren tachtig was Trek een bekende naam geworden. Winkeliers prezen de kwaliteit, fietsers bewonderden de details en tijdschriften schreven over de precisie en verfijning van het Amerikaanse bedrijf dat zich nu kon meten met de beste van Europa.
De timing was perfect. Schwinn, lange tijd de dominante speler in de Amerikaanse wielersport, begon terrein te verliezen. De toerfietsen van Trek waren nieuw en onderscheidend, gebouwd met een ongeëvenaarde aandacht voor afwerking. Dealers die voorheen alleen Europese importfietsen verkochten, maakten nu ruimte voor in Waterloo gebouwde frames die minstens even mooi en vaak zelfs beter waren.
Trek was, zoals Bevil het verwoordde, "de lieveling van de industrie" geworden.
Naarmate het bedrijf groeide, groeide ook de nieuwsgierigheid. Rond 1984 begon Trek te experimenteren met nieuwe materialen. Aluminium, verlijmd met een lijm uit de vliegtuigindustrie, was de eerste stap weg van gelaste stalen frames.
Europese merken hadden vergelijkbare ontwerpen geprobeerd, maar hun nostalgie hield hen tegen. Ze hielden de diameter van de aluminium buizen gelijk aan die van het staal dat ze al generaties lang gebruikten, met als resultaat een slappe, inefficiënte fiets. De ingenieurs van Trek losten dit op door de buisdiameter te vergroten, waardoor een fiets ontstond die lichter, stijver en onmiskenbaar modern was.
Ook het vakmanschap veranderde. Verlijmd aluminium vereiste minder ambachtelijke vaardigheden, maar veel meer technische expertise. De fabriek was niet langer alleen een plek waar ambacht hoog in het vaandel stond. Het werd een plek voor innovatie. Het was het begin van de wapenwedloop in de fietsindustrie.
In de zomer van datzelfde jaar, tussen twee semesters in, kwam er een nieuwe Burke binnen.
John Burke, de zoon van Dick, begon zijn carrière bij Trek met het verzamelen en inpakken van onderdelen in het magazijn. "Je naam opent de deuren," zei zijn vader. “De rest is aan jou."
Hij leerde elk aspect van het bedrijf vanuit alle invalshoeken kennen. De eerste zomer pakte hij dozen in, verzamelde onderdelen en speelde basketbal op de parkeerplaats met de UPS-chauffeur die de pakketten ophaalde en bezorgde. Later beantwoordde hij de telefoon, verwerkte bestellingen, woonde verkoopvergaderingen bij en werkte als vertegenwoordiger in het westen van de VS. En nog later zou hij leiding geven aan het klantenserviceteam, het verkoopteam en uiteindelijk aan het hele bedrijf.
Maar in die beginjaren leerde hij hoe Trek werkte en waarom dat belangrijk was.
In 1985 luidde de introductie van gelijmde aluminium frames een nieuw tijdperk in, maar de groei bracht voortdurende veranderingen met zich mee die van invloed waren op de bedrijfsvoering. De kosten stegen, de marges werden kleiner en de filosofieën van de oprichters stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Dick wilde het bedrijf laten groeien; Bevil wilde het perfectioneren. Geen van beiden had ongelijk, maar ze konden niet allebei de leiding nemen. Er brak een onvermijdelijk moment aan – een moment dat meer dan tien jaar eerder was begonnen met een sprong in het diepe. Ze werden ingehaald door en geconfronteerd met de situatie waar elk partnerschap uiteindelijk mee te maken krijgt.
Het was niet zozeer een breuk, maar eerder een erkenning van grenzen. Ze waren altijd al naar dit punt toegegroeid, en misschien wisten ze dat allebei.
Begin 1986 nam Dick de leiding van het bedrijf over. Bevil stemde ermee in om nog een jaar als adviseur aan te blijven en lopende projecten af te ronden: een raceframe met drie carbon buizen en een gelijmd aluminium mountainbikeframe.
"Het mengsel van olie en water," zei hij later, "kon niet langer samengaan. Het was gewoon onmogelijk."
Het waren twee mannen die elkaar respecteerden in een bedrijf dat aan het veranderen was. Hun verschillen waren ooit de drijvende kracht achter het bedrijf geweest, maar bepaalde nu de grens tussen hen.
Spanningen kunnen echter leiden tot mooie dingen, en het verhaal van Trek is er altijd één geweest van energie die ontstaat uit tegengestelde krachten. De spanning heeft het bedrijf niet kapotgemaakt. Het gaf het juist een boost.