Ga naar inhoud

Hoe Trek Bicycle ooit begon, in 1976 in Waterloo, Wisconsin

Bevil Hogg had heel de winter van 1975 het zuiden van Wisconsin doorkruist, op zoek naar een vestigingsplek voor de nieuwe onderneming. Het nieuwe bedrijf zou geen detailhandel worden, maar een volwaardige dochteronderneming van Roth Corporation, gefinancierd met het startkapitaal van 100.000 dollar dat Dick Burke had geregeld. Het plan was er. De bedrijfsruimte nog niet, en er moest een flinke werkruimte komen om het idee van made-in-America-fietsen om te zetten in werkelijkheid. 

Waterloo was een stadje van amper 3000 zielen. Het had een bank, een kerk, een molen en een bovengemiddeld aantal café’s. Er was ook nog een augurkenfabriek en bij de plaatselijke drukker rolde Playboy Magazine van de band. De overlevering wil dat de eerste exemplaren daarvan al een dag voor verschijningsdatum al in de plaatselijke café’s lagen. Waterloo was een doorsnee vakbondsstadje, maar wel eentje dat voorbestemd was om wereldberoemd te worden door de fietsen die er vandaan komen.

Niet ver van de doorgaande weg stond een gebouw dat niet veel weg had van een fabriek. Een verweerde en vervallen rode schuur die ooit als opslagplaats had gediend voor tapijtrollen: 650 vierkante meter aan gebarsten beton, afbladderende verf en licht dat door de latten in de muren naar binnen viel, met een drukke spoorlijn op amper een paar meter afstand.

Binnen was het ijskoud. De eerste werknemers zouden zich later herinneren hoe de sneeuw onder de poorten door naar binnen waaide. Toch bleek het een prima plek, 

want hij lag precies midden tussen de woning van Bevil in Madison en het kantoor van Dick in Milwaukee. Dick hield van de praktische voordelen. De schuur was goedkoop, afgelegen en toch voldoende dichtbij om een oogje in het zeil te kunnen houden. Voor beide ondernemers was het neutrale grond.

Bevil zou later verklaren dat ze de schuur kozen omdat er geen alternatief was: “Lege bedrijfspanden op het platteland van Wisconsin, die waren er toen niet. Nul. Alleen die schuur.” 

Gelukkig is een schuur ook weer niet zomaar een gebouw. Een schuur kun je van binnenuit aanpassen, verbeteren, ontwikkelen. Eenvoudig aan de buitenkant, ambitieus aan de binnenkant. De enige optie waar ze uit konden kiezen, bleek dan ook de juiste. 

In de maanden na de start trommelde Bevil een groepje enthousiaste vakmensen in Waterloo bijeen. “Vrijbuiters,” zo zei hij, “die hun eigen fietsen ontworpen en bouwden.” Sommigen hadden al veel ervaring. Anderen zouden snel ervaring opdoen.

Het waren rumoerige, creatieve tijden, op een aangename manier onvolmaakt. ‘s Zomers werd er gefeest en pootje gebaad, en de damp die uit de schuur ontsnapte was niet altijd sigarettenrook. Het waren de jaren ‘70, de jaren van nieuwe vrijheden. 

Toch was het in de schuur nog best wel stil. Alsof de rekken nog gevuld moesten worden. Misschien hebben Dick en Bevil wel in de deuropening gestaan, mijmerend over de enorme lege ruimte die gevuld leek met oneindige mogelijkheden. 

Ze stonden in de middle of nowhere en aan het begin van alles. In die schuur daar tussen Milwaukee en Madison in, daar ging iets groots ontstaan.

Al moest dat grootse nog wel een naam krijgen.